Vondeling leggen

home-vondeling

Babydoding

home-neonaticide

Zusmoederschap

home-zusmoederschap

Illegale opneming

home-opneming

Vondelingen en babylijkjes in Nederland

17 oktober 1972, vondeling Vincent van Moesdijk (later: Niek van Daal), Weert

 

Limburgsch Dagblad, 19 oktober 1972: "In grote mand te vondeling gelegd - Baby in Weert gevonden"

WEERT, 19 okt. - Naar eerst nu bekend is geworden, hebben dinsdagavond om 9 uur enkele mensen in Weert aan de Roermondseweg een baby gevonden, die in een grote mand daar te vondeling was gelegd. De politie ontfermde zich over de jongen, die slechts 12 uur eerder zou zijn geboren. Zij bracht de zuigeling naar het ziekenhuis van Weert, waar na onderzoek bleek, dat hij volkomen gezond was.

De baby lag op een sierkussen in een lichtbruine tenen mand met hengsel. Hij was gewikkeld in een driepuntsluier van badstof, met daaroverheen enkele luiers en een lichtblauw dralon jasje. De politie heeft er geen flauw idee van wie dit jongetje te vondeling heeft gelegd. Men is bezig de zaak te onderzoeken. er hebben zich nog geen mensen gemeld die het jongetje in hun gezin willen opnemen al verwacht de politie van Weert dit wel.

 

De Tijd, 19 oktober 1972: "Vondeling"

In Weert is een baby van 24 uur te vondeling gelegd ln een bruin lieten mandje. Het kind ligt nu in het St. Jansziekenhuis ln afwachting van het resultaat van het onderzoek door de politie.

 

Leeuwarder Courant, 19 oktober 1972: "Jongetje in Weert te vondeling gelegd"

WEERT — Naar eerst nu bekend is geworden, hebben dinsdagavond enkele mensen in Weert een baby gevonden, die in een grote mand aan de Roermondseweg te vondeling was gelegd. De politie ontfermde zich over de jongen, die slechts twaalf uur eerder zou zijn geboren.

 

Limburgsch Dagblad, 20 oktober 1972: "Politie overspoeld met telefoontjes: grote interesse in adoptie vondeling"

WEERT, 20 oktober. - De gemeentepolitie in Weert is gisteren de hele dag overstroomd met honderden telefoontjes van mensen die graag de baby willen adopteren die dinsdagavond in een siermand in Weert is gevonden. Uit het hele land kreeg de politie verzoeken van mensen die het 3,5 tot 4 dagen oude jongetje willen aannemen. "Hoeveel telefoontjes wij vanaf vanmorgen vroeg hebben gehad is niet meer te schatten", aldus een politiewoordvoerder gisteravond. "Het zijn er in ieder geval vele honderden geweest. Ons normale werk werd volkomen gestagneerd".

De politie van Weert is gisteren nog geen stap verder gekomen met haar onderzoek naar de herkomst van de baby. "Die telefoontjes van al die mensen maakten het werken bijna onmogelijk", aldus de politiewoordvoerder. De baby ligt in het St. Jansziekenhuis in Weert. Mocht de moeder zich in de komende maanden niet melden of niet kunnen worden achterhaald, dan wordt de baby toegewezen aan de Raad voor de Kinderbescherming. "Die heeft een enorme wachtlijst van ouders die graag een kind willen adopteren", aldus de politiewoordvoerder. "Het heeft daarom geen enkele zin zich bij ons te melden voor adoptie".

Het jongetje werd dinsdagavond in het portiek van hun woning gevonden door enkele leden van de kloostergemeenschap van de Benedictijnen aan de Roermondseweg. De baby lag in een eiermand waarin een sierkussen lag. Het kind was goed warm aangekleed en heeft vermoedelijk enige tijd in dat portiek gelegen.

 

De Telegraaf, 20 oktober 1972: "„Ouders" genoeg voor vondeling - Identiteit van moeder nog raadsel"

Van een onzer verslaggevers. WEERT, vrijdag. Tientallen echtparen met en zonder kinderen hebben gisteren de directie van het St. Jansziekenhuis en de politie van Weert gevraagd zich te mogen ontfermen over de baby die dinsdagavond in Weert werd gevonden. De baby, een jongetje, lag in een hengselmand, had een lichtblauw jasje aan en was toegedekt met een wollen dekentje. De mand was neergezet in een portiek van een woning aan de Roermondseweg. Ondanks de hevige kou bleek het vondelingetje, dat nog geen dag oud was, geen nadelige gevolgen van het weer te hebben ondervonden en hoewel het nog steeds op de kraamafdeling van het St. Jansziekenhuis ligt, is het kind kerngezond. Het nog naamloze jongetje zal over enkele dagen naar een kindertehuis worden overgebracht.

Over de identiteit van de moeder tastte de Weertse politie gisteren nog steeds in het duister. Korpschef mr. Th. van Osta zei: „Het zou wel eens een moeilijke zaak kunnen worden. Wij hebben geen enkele aanwijzing dat de baby uit de omgeving afkomstig is. Weert ligt vlak bij de Belgische grens, zodat het goed mogelijk is dat het kind daar vandaan komt." De luiers, het dekentje, de kledingstukken en het sierkussen waarop de baby was gelegd, hebben de politie evenmin enig houvast gegeven.

Op de aanbiedingen om de vondeling op te nemen kan de Weerter politie overigens niet ingaan. Het jongetje blijft nog een paar dagen in het ziekenhuis en daarna gaat het waarschijnlijk naar een kindertehuis. Als de ouders zich binnen een paar maanden niet hebben gemeld, wordt het kind toegewezen aan de Raad voor de Kinderbescherming, die dan wel pleegouders zal aanwijzen. "Ik heb al gehoord dat de Kinderbescherming ook een grote lijst met gegadigden heeft", aldus mr. Van Osta.

 

Nederlands dagblad, 20 oktober 1972: "Vondelingetje in tenen mand"

WEERT — Naar eerst nu bekend is geworden, hebben dinsdagavond enkele mensen in Weert een baby gevonden, die in een grote mand aan de Roermondseweg te vondeling was gelegd. De politie ontfermde zich over de jongen, die slechts twaalf uur eerder zou zijn geboren. Zij bracht de zuigeling naar het ziekenhuis van Weert waar na onderzoek bleek, dat hij volkomen gezond was.

De baby lag op een sierkussen in een lichtbruine tenen mand met hengsel. Hij was gewikkeld in een driepuntsluier van badstof, met daaroverheen enkele luiers en een lichtblauw dralon jasje. De politie heeft er geen flauw idee van wie dit jongetje te vondeling heeft gelegd. Men is bezig de zaak te onderzoeken. er hebben zich nog geen mensen gemeld die het jongetje in hun gezin willen opnemen al verwacht de politie van Weert dit wel. Volgens een agent van dienst, die al jaren bij het korps werkt, is het een voor Weert uniek geval. "Er is bij ons nog nooit een vondelingetje binnengebracht", zo zei hij.

 

Nieuwsblad van het Noorden, 20 oktober 1972: "Adoptie-vloed voor vondeling"

Bij het Benedictijnerklooster in Weert (L) is een pasgeboren kind gevonden, dat voorlopig aan de zorgen is toevertrouwd van een verpleegster van het St. Jansziekenhuis in deze Limburgse stad. Maar er hebben zich inmiddels al tientallen echtparen gemeld om het kind te adopteren. De baby was, zo is gebleken, geboren zonder de hulp van een arts of vroedvrouw. Paters van het klooster zagen het kind, een jongetje, liggen. Het gehuil had hen aan het zoeken gezet. De politie heeft een oproep gedaan aan de moeder om zich te melden, desnoods indirect via een arts of een maatschappelijk werkster.

 

De Telegraaf, 28 oktober 1972: "Vondeling Duits jongetje"

Van een onzer verslaggevers WEERT, zaterdag Het jongetje, dat vorige week in Weert te vondeling werd gelegd, is waarschijnlijk afkomstig uit Duitsland. De kleren die het 'jongetje droeg zijn namelijk van Duits fabrikaat terwijl de baby volgens deskundigen op „Duitse wijze" was gekleed. Deze ontdekking maakt het voor de politie van Weert bijzonder moeilijk om de moeder van het jongetje op te sporen.

 

Limburgsch Dagblad, 7 november 1972: "Weerter vondeling kreeg naam: Vincent van Moesdijk"

Van onze verslaggever ROERMOND, 7 nov. — Op bevel van de president van de Roermondse rechtbank is de vondeling die op 17 oktober jongstleden langs de Roermondse weg in Weert werd gevonden ingeschreven in de burgerlijke stand van de gemeente Weert. De heer Post — ambtenaar van de burgerlijke stand in Weert — heeft de jongen Vincent van Moesdijk genoemd. Die ambtenaar is volledig vrij in het kiezen van een naam voor een naamloze vondeling. De heer Post volgde wel half de suggestie van de president van de Roermondse rechtbank die voorgesteld had de vondeling Vincent van Weert te noemen. Vincent — de patroon van de wezen en vondelingen — vond de ambtenaar ook wel een geschikte voornaam. Van Weert vond hij als familienaam minder geschikt om complicaties met bestaande families Van Weert in Weert te voorkomen. Enerzijds omdat de jongen langs de vroeger zo geheten Moosdijk is gevonden en anderzijds om ook weer niet de al in Weert en omgeving bestaande naam Van de Moosdijk te bezigen werd het vondelingetje Vincent van de Moesdijk genoemd. Als geboortedatum is de vinddag — 17 oktober — in de akte vermeld. Daarbij is aangetekend dat die geboortedatum mogelijk ook de 16de is omdat Vincent op die 17de 's avonds om negen uur tussen 12 en 24 uur oud kon zijn. De vondeling verblijft nog in het Weerter ziekenhuis. Er is een enorme belangstelling om het Weerter vondelingetje te adopteren.

 

De Telegraaf, 8 december 1979: "Hulpverleners timmeren niet genoeg aan de weg"

[...] Op 7 oktober 1972 werd in een portiek in Weert een jongetje van nog geen 24 uur oud gevonden toen een van de bewoners van het huis op onderzoek uitging nadat men kindergehuil hoorde. Ondanks dringend beroep op de moeder heeft zij zich nooit gemeld. De baby kreeg de naam Vincent (patroon van zwervende kinderen) van Moosdijk (zo heette de straat vroeger waar hij gevonden werd). Het kind heeft die naam gelukkig als snel ingeruild met de achternaam van zijn nieuwe ouders.

 

Het Vrije Volk, 25 februari 1983: "Een vondelingetje, dat vergeet je nooit. Nog steeds denk je: hoe zou het nu met IJsbrand zijn?"

[...] „Ik heb er ook aan gedacht, toen ik dat van dat kindje in Breda hoorde." Aan het woord nu de heer H. van den Berge, administrateur bij de gemeentepolitie van Weert. Hij was in oktober 1972 betrokken bij de vondst van een jongetje dat later de namen kreeg: Vincent van Moesdijk.' Vincent naar, want Limburg über alles, de roomskatholieke heilige voor zwervende kinderen St. Vincent. En Van Moesdijk naar de oude naam van de weg waar het kind te vondeling was gelegd. „Dat knaapje was gelegd," aldus Van den Berge, „op de stoep van een kloostergemeenschap, nou ja, van een aantal geestelijken die toen bij elkaar in een huis woonden — dat kwam toen toch net zo in de mode in die tijd. Gedacht is toen zeker: dan komt het wel goed terecht. Het is gevonden, nog geen 24 uur oud." Het lag op een kussen, toegedekt met een blauw dralon jasje en het was voorzien van een paar luiers. „Het kind is naderhand bij een pleeggezin geplaatst, onder grote geheimhouding en dat is misschien maar goed ook. Eraan terugdenken, ja, natuurlijk doe je dat. Zoiets komt toch maar eens in een mensenleven voor. Ik zit nu veertig jaar bij de politie hier — en dat is de enige keer dat ik het heb meegemaakt." [...]

 

vernoeming.nl, datum onbekend: "De vondeling Vincent van de Moesdijk, nu Nikodemus Elisabeth Mozes van Daal"

Op 17 oktober 1972 vonden voorbijgangers aan de Roermondseweg in Weert een pasgeboren jongetje dat in een grote mand te vondeling was gelegd. Het kind bleek gelukkig kerngezond. Een kleine maand later werd de vondeling op bevel van de president van de Roermondse rechtbank ingeschreven in de burgerlijke stand van de gemeente Weert.

Vincent van de Moesdijk
De president had als naam voorgesteld: Vincent van Weert. Vincent naar Vincentius a Paulo, de patroonheilige van de vondelingen, en Weert naar de vindplaats. Met de voornaam ging de ambtenaar van de burgerlijke stand akkoord, maar de achternaam Van Weert zag hij niet zitten, want die kwam in Weert al voor. Gelukkig had hij een ander idee:

Enerzijds omdat de jongen langs de vroeger zo geheten Moosdijk is gevonden en anderzijds om ook weer niet de al in Weert en omgeving bestaande naam Van de Moosdijk te bezigen werd het vondelingetje Vincent van de Moesdijk genoemd.
Limburgsch Dagblad, 7 november 1972

Overigens bestond de naam Van de Moesdijk ook al, maar volgens de Nederlandse Familienamenbank komt hij in Weert niet voor. Volgens andere bronnen luidde Vincents achternaam Van Moesdijk, inderdaad een niet-bestaande naam.

Nikodemus Elisabeth Mozes van Daal
De Weertse politie kreeg honderden telefoontjes van mensen die de kleine Vincent wilden adopteren. Drie maanden na zijn geboorte bracht de kinderbescherming hem onder bij het gezin Van Daal. Daar kreeg hij nieuwe voornamen: Nikodemus Elisabeth Mozes, roepnaam Niek. De achtergrond van de eerste twee voornamen ken ik niet, maar Mozes is natuurlijk net als Vincent een typische vondelingennaam:

De naam Mozes haalde het ‘geboorte’-kaartje niet. ‘Mijn moeder had daar moeite mee. Het verwees te duidelijk naar het verhaal van Mozes en het mandje op de Nijl’, zegt Niek.
Volkskrant.nl

Voor de wat minder Bijbelvasten onder u: Mozes werd in een mand tussen het riet langs de oever van de Nijl te vondeling gelegd, dus onder gelijkaardige omstandigheden als Niek van Daal. Niek heeft in tegenstelling tot zijn grote naamgenoot nog geen volk door de woestijn geleid en nog geen braambos zien branden. Hij is (of was althans in 2003) kraanmachinist in Elsloo. Maar wat niet is, kan nog komen…

 

Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger, 23 januari 2009: "VONDELING op zoek naar antwoord"

Niek werd in 1972 te vondeling gelegd bij de Benedictijnen in Weert. Nu, 37 jaar later, wil hij dolgraag weten wie zijn ouders zijn om zo antwoord te krijgen op de prangende vraag: waarom? TROS Vermist besteedt vanavond aandacht aan de zoektocht naar zijn oorsprong.

Weert, 17 oktober 1972. In het portiek van het Benedictijnenklooster inWeert, wordt een baby van hooguit 24 uur oud te vondeling gelegd in een rieten eiermand. Een pater vindt hem en een dag later is het ventje landelijk nieuws. De ambtenaar van de burgerlijke stand noemt hem Vincent van Moesberg, naar de patroonheilige Vincentius van de wezen en vondelingen. Zijn achternaam komt van de oude benaming van de plek waar hij is gevonden: de Moosdijk.

Al snel staat de telefoon bij de politie roodgloeiend: er melden zich honderden mensen die de baby graag willen adopteren. Tips die leiden naar de vader of moeder van het kind zitten er niet tussen. Mensen storten spontaan geld dat hem later moet helpen in zijn levensonderhoud te voorzien. Zelfs omroep TROS opent een spaarbankboekje. De vondeling wordt uiteindelijk via de Kinderbescherming ondergebracht bij een echtpaar. Zijn biologische ouders blijven spoorloos.

Baby Vincent is tegenwoordig een volwassen vent van 37 jaar oud. Hij weet pas acht jaar dat hij vlak na zijn geboorte bij de Benedictijnen werd achtergelaten. Sindsdien houdt de vraag wie zijn ouders zijn en vooral waarom hij te vondeling is gelegd hem enorm bezig. Zijn adoptie-ouders hebben al jong verteld dat hij is geadopteerd en dat daar een verhaal aan vasthangt. 'Als je alles wilt weten, moet je het maar vragen', zeiden ze tegen hem. Hij heeft het heel moeilijk met de wetenschap dat hij een vondeling is", vertelt Jaap Jongbloed van het TROS-programma Vermist. Daarin doet Vincent, die tegenwoordig als Niek door het leven gaat, vanavond een oproep aan alle kijkers om hem te helpen bij het zoeken naar zijn oorsprong. Hij heeft besloten één poging te wagen. Hij zegt: 'als ik het nu niet doe, krijg ik daar enorm spijt van'. Dat hij zoekt naar antwoorden heeft ook te maken met de kinderwens die hij zelf heeft."

De zaak van Niek maakt diepe indruk op het team van Vermist. Het komt niet vaak voor dat een vondeling na 36 jaar op zoek gaat naar familie. Jongbloed: We zijn inmiddels wel het een en ander gewend, maar het verhaal van Niek laat zien hoe diep zoiets ingrijpt in iemands leven. Hij ingrijpt in iemands leven. Hij illustreert het belang van het weten van het waarom." In de uitzending vanavond gaat Niek terug naar de omgeving waarin hij werd gevonden. Hij ontmoet Benedictijnenpater Paul Maas die het mandje met de huilende baby binnenhaalde. Hij gaat ook langs bij zuster Nelly van Hulzen die in het Sint Jans Gasthuis in Weert de verzorging van de kleine op zich nam.

Eén zoektocht, één keer treedt hij naar buiten met zijn verhaal. Praten met de pers wil hij niet. Hij woont niet meer in Limburg. Onlangs verhuisde hij naar Bleiswijk waar hij met veel plezier werkt als kraanmachinist.Vijf jaar geleden sprak hij wel met De Volkskrant. In dat interview zegt hij over zijn biologische moeder: Ze zal haar reden hebben gehad. Mijn gevoel zegt dat ze heel jong was. Toch kan ik niet begrijpen dat mensen het doen. Het is een onverantwoorde manier van omgaan met een mensenleven. Er zijn alternatieven. Het heeft grotere gevolgen dan je op dat moment denkt. Toen ik alleen wist dat ik geadopteerd was, voelde ik mij al afgewezen. Vondeling zijn is nog net wat lomper."

Over de kans dat zijn oproep succesvol is, is Jaap Jongbloed reeël: die is heel Jongbloed reeël: die is heel klein, want iemand die zijn kind te vondeling legt, wil meestal niet worden gevonden. Er is destijds veel aandacht geweest voor deze zaak, de politie heeft gezocht, maar tevergeefs. Bovendien zijn er indicaties dat Niek uit Duitsland komt. Dat maakt zoeken extra lastig. Gelukkig besteedt ook een Duitse krant aandacht aan deze zaak. Wij zijn in ieder geval niets wijzer geworden en moeten het doen met de informatie van toen. We tasten volledig in het duister."

 

Lees het interview uit 2003 (Volkskrant) en uit 2009 (AD).