Vondeling leggen

home-vondeling

Babydoding

home-neonaticide

Zusmoederschap

home-zusmoederschap

Illegale opneming

home-opneming

Vondelingen en babylijkjes in Nederland

3 maart 1971, vondeling Otto van Meppelen, Den Haag

 

De Tijd, 4 maart 1971: "Vondeling in veiligheid - Pasgeboren levende baby in de sneeuw"

DEN HAAG, 4 maart — Woensdagmorgen omstreeks half twaalf is nabij het sportterrein aan de Meppelweg een in een plasticzak gestopte pasgeboren baby gevonden. De vondst werd gedaan door een vrouw, die daar in de buurt met haar zoontje aan het sleetje rijden was. De vrouw werd op de zak geattendeerd door babygehuil dat zij hoorde. In de zak bleek de baby te zitten, gewikkeld in een moltondeken, waaromheen nog een plastic tafelkleedje. De vrouw nam het kindje mee naar huis en waarschuwde de politie. De kleine vondeling werd daarna door de geneeskundige dienst met de grootste spoed naar het ziekenhuis Zuidwal, overgebracht. Het kind is een jongetje.

[fotobijschrift] Rustig slapend in zijn warme bedje in het Zuidwalziekenhiuis ligt hier het jongetje dat gistermiddag, gewikkeld in een moltondeken en plastic kleedje, in de vrieskou te vondeling was gelegd

 

Het Vrije Volk, 4 maart 1971: "Haagse baby – pas paar uur oud – lag in zak te vondeling"

Van onze verslaggever PIET KOSTER. DEN HAAG — „Ik schrok me lam toen ik dat kind in de sneeuw zag liggen. Wie doet zoiets nou?" Nog zichtbaar onder de indruk vertelt mevrouw T. T. Otterspoor (27), hoe ze gistermiddag vlak bij haar huis aan de Meppelweg in Den Haag een pasgeboren jongetje vond. De baby, pas enkele uren oud, lag in een plastic zak in de sneeuw achter een transformatorhuisje.

„Ik was met mijn kinderen Wanda (1,5) en Richard (7) hier vlakbij aan het sleetje rijden, toen Wanda plotseling wegholde. Omdat het vlak bij een sloot was, rende ik er achteraan. Bij dat huisje hoorde ik huilen. Eerst dacht ik dat het Wanda was, maar het bleef aanhouden. Toen keek ik nog eens goed en zag dat kleine hoopje. Een molton dekentje lag er overheen."

Toen zag ze dat het een kindje was. „Het vlies en alles zat er nog omheen," zegt mevrouw Otterspoor. „Het had wel kunnen doodvriezen!" Terwijl zij met het kind naar huis rende, waarschuwde een man van de plantsoenendienst politie en GGD. „Ik heb direct luiers warm gemaakt en die om het jochie gelegd. Z'n lijfje was al helemaal koud, nog niet stijf. Het moet er maar even gelegen hebben. Ik wou het eerst nog wassen, maar dat mocht niet van de politie in verband met het onderzoek. Nu ligt het in de couveuse in het Zuidwal-Ziekenhuis. Ik had het best hier willen houden!"

Op de kraamafdeling van het ziekenhuis zei men ons gisteravond dat het nog anonieme vondelingetje het goed maakt. Vandaag kan het waarschijnlijk uit de couveuse in een wiegje. Onmiddellijk na mevrouw Otterspoors vondst is de Haags politie met een speurhond een zoekactie begonnen. De hond moest om het kwartier even in een politieauto bijkomen, omdat zijn reukorgaan in de gure kou niet goed werkte. Na lang zoeken hield de hond halt in een portiek niet ver van de vindplaats. Daar werd niet opgedaan. Een buurtbewoner heeft de politie een vaag signalement gegeven van een vrouw.

 

Leeuwarder Courant, 4 maart 1971: "Pasgeboren baby ligt huilend in de sneeuw"

Gistermorgen omstreeks halt twaalf heeft de Haagse mevrouw T. Otterspoor bij een sportterrein, waar ze met haar kinderen aan het sleeën was, een pasgeboren baby gevonden. Het kind was gewikkeld in een moltondeken en in een plastic zak gestopt. Ze nam het huilende kind, een jongetje, mee naar huis en waarschuwde de politie. In het ziekenhuis Zuidwal, waarheen de zuigeling werd overgebracht, bleken navelstreng en placenta nog aanwezig te zijn. De baby maakt het nu goed. Op de foto: de vondeling.

 

Nieuwsblad van het Noorden, 4 maart 1971: "Moeder die baby in plastic zak vindt, wil kind graag houden"

Een Haagse mevrouw heeft gisteren een pasgeboren baby gevonden. Het kind was gewikkeld in een molton-deken en een plastic tafelkleed en „verpakt" in een plastic zak. Het was te vondeling gelegd achter een transformatorhuisje bij een sportterrein. In het ziekenhuis is het opgeknapt en het jongetje (van een dag oud) heeft nu een blakende gezondheid. Het weegt 7,5 pond. De vrouw, die het kind vond, wil het graag in het gezin opnemen. Ze heeft al twee zoons van 7 en 2 jaar. „Ik heb alle babykleertjes nog," zegt mevrouw Otterspoor die het babytje heeft gevonden.

Ze was met haar zoons aan het sleeën en hoorde plotseling gehuil. Haar zoontje rende spelend achter het transformatorgebouwtje en de moeder volgde haar kind. Daar zag ze de plastic zak liggen. Mevrouw Otterspoor schrok erg toen ze het kind erin zag. „Wie legt er nu een pasgeboren baby in de sneeuw," zegt ze. „Zo iemand moet toch abnormaal zijn." is haar mening. De moeder nam het kind, dat al begon te verkillen, mee in huis en waarschuwde de politie. Intussen waren haar zoontjes dol op de baby geworden. Ze wilden het nieuwe broertje houden, en dat heeft mevrouw Otterspoor aan de politie gevraagd. Ze is bang dat de vondeling in een kindertehuis terecht komt. terwijl ze een leven in haar eigen gezin beter achtte voor het jongetje. „Ik ben er al aan gehecht geraakt in die korte tijd, ik heb het met pijn aan het ziekenhuis afgestaan," aldus de vindster. Rond het middaguur bevond zich bij het transformator huisje een vrouw van dertig jaar met een kinderwagen. Verder heeft de politie van Den Haag nog geen gegevens over de mogelijke moeder van de vondeling.

 

De Telegraaf, 5 maart 1971: "Sneeuwmannetje maakt het goed

Van onze Haagse redactie . DEN HAAG. vrijdag: Extra verwend met warme kruiken en omringd door de liefderijke zorgen van talloze verpleegsters van het Haagse Zuidwalziekenhuis maakt het Haagse vondelingetje het goed. „Sneeuwmannetje" is nog steeds naamloos. De Haagse politie heeft nog niet kunnen achterhalen, wie de moeder is van het jongetje, dat woensdagmiddag jl. enkele uren na de geboorte in een plastic zak achter een transformatorhuisje werd gelegd en een half uur in de sneeuw heeft gelegen tot het werd gevonden. Pas als het onderzoek wordt afgesloten zonder dat een spoor van de moeder is gevonden, zal de baby als vondeling worden aangemerkt. Mr. P. C. Bredeveld, directeur van de Haagse burgerlijke stand zal het kind dan zelf aangeven.

Hij zegt: „Dat kan nog wel even duren. Officieel geldt er een termijn van vijf dagen (inclusief het weekeinde), waarbinnen de geboorte moet zijn aangemeld. Dat zou betekenen, dat de aangifte uiterlijk maandag moet gebeuren. Toch zal eerst exact bekend moeten zijn, dat de moeder niet te vinden is. Tot die tijd blijft de mogelijkheid van een verlate aangifte openstaan. Daarna zal de officier van justitie, mr. E. A. J. Hillen, bevel geven tot het opmaken van een akte. Hij zal daarin aanwijzingen geven over de verdere verzorging van het kind en bepalen met welke voor- en achternaam het door het leven zal gaan.

Wat de naamkeuze betreft, heeft hij de vrije hand. Het is de gewoonte, dat met de achtergronden rekening wordt gehouden. In dit geval zou het kind Van 's-Gravenhage of iets dergelijks kunnen heten. Hij mag hier echter van afwijken. Vervolgens zal de burgemeester van Den Haag officieel aangifte moeten doen. Hij delegeert dat aan mij als directeur van de burgerlijke stand en ik zal op die bewuste dag met de akte van de officier naar een van mijn ambtenaren gaan en het kind laten registreren in het bevolkingsregister".

 

De Telegraaf, 6 maart 1971: "Officier koos naam vondeling Sneeuwmannetje heet Otto

door Ton de Zeeuw. DEN HAAG, zaterdag. Het Haagse Sneeuwmannetje zal als Otto van Meppelen door het leven gaan. Het kind, dat woensdagmiddag in de snijdende vrieskou achter een transformatorhuisje in Den Haag te vondeling werd gelegd, werd gistermiddag onder deze naam in het bevolkingsregister ingeschreven.

In de naam, die werd gekozen door officier van justitie mr. E. A. J. Hillen is rekening gehouden met de schaarse gegevens over de baby: de vindplaats Meppelweg werd Van Meppelen en de naam van mevr. Otterspoor, die het kind in de sneeuw vond, zit in de voornaam Otto. De heer Andreoli van het Bureau Bevolking, die door de burgemeester van Den Haag gemachtigd was, las het gerechtelijk bevel tot het opmaken van een acte voor aan de heer Jungschläger van de Burgerlijke Stand en tekende de papieren. Daarna verdween de kaart in het kaartsysteem. Binnenkort zal de kaart nog even worden gelicht, wanneer de Koningin — zoals gebruikelijk bij vondelingen — haar goedkeuring aan de naam heeft gegeven.

De Raad van de Kinderbescherming heeft toegezegd, dat Otto, die nog in het Zuidwalziekenhuis verblijft, niet in een tehuis, maar in een zorgvuldig gekozen pleeggezin zal worden geplaatst, wanneer zijn ouders zich niet melden. Veel lezers, die ons opbelden vonden dat de baby Maarten moest heten, omdat de baby in maart werd geboren. Of IJsbrand Vondeling: „Hij werd immers in het ijs gevonden, is nu uit de brand en werd te vondeling gelegd". Mozes van Den Haag, Haageveld Mandje en Sneeuw waren andere suggesties van onze lezers.

 

Nieuwsblad van het Noorden, 8 maart 1971: "Haagse vondeling kreeg de naam Otto van Meppelen"

Het vondelingetje, dat vorige week woensdagavond door mevrouw Otterspoor aan de Haagse Meppelweg achter een transformatorhuisje werd gevonden, heeft een naam gekregen. De Haagse officier van justitie mr. E. A. J. Hillen heeft de naam Otto van Meppelen bedacht, als hoedanig het kind dan ook is ingeschreven in het bevolkingsregister. De voornaam is ontleend aan de naam van de vindster, de achternaam aan de vindplaats.

Het onderzoek naar de ouders van de baby heeft nog geen enkel resultaat opgeleverd. De raad voor de kinderbescherming heeft bekendgemaakt, dat de kleine Otto in een pleeggezin zal worden ondergebracht, als de ouders niet zullen worden gevonden.

 

De Telegraaf, 27 maart 1971: "Pleegouders voor „sneeuwmannetje"

Van onze Haagse redactie. DEN HAAG, zaterdag. Otto van Meppelen, de baby die op 3 maart jl. in de sneeuw langs de Haagse Meppelweg te vondeling werd gelegd, is in een pleeggezin ondergebracht. De baby die in een vuilniszak werd gevonden heeft drieëneenhalve week in het Haagse Zuidwalziekenhuis doorgebracht. De Raad van de Kinderbescherming heeft de kerngezonde baby nu in een zorgvuldig gekozen pleeggezin geplaatst. De naam van de nieuwe ouders en het adres worden geheim gehouden „in het belang van de baby", aldus een woordvoerder.

 

De Telegraaf, 19 februari 1977, onder tussenkop: "Francisca"

[...] Het is gebruikelijk, dat de officier van justitie bij de naamgeving rekening houdt met de achtergronden. Zo werd het baby'tje, dat begin maart 1971 gehuld in een plastic vuilniszak — in de sneeuw — achter een transformatorhuisje in Den Haag werd gevonden, als Otto van Meppelen ingeschreven. Otto naar de naam van de vindster, mevrouw Otterspoor, en Van Meppelen naar de Meppelweg, waar het kindje werd aangetroffen. [...]

 

De Telegraaf, 8 december 1979: "Hulpverleners timmeren niet genoeg aan de weg"

[...] Ook andere gevallen vonden hun weg naar de publiciteit. In maart 1971 leefde heel Nederland mee met het "Sneeuwmannetje" dat enkele uren na zijn geboorte in een plastic zak achter een Haags transformatorhuisje werd gedeponeerd in een ijzige vrieskou. De verkleumde baby werd opgemerkt omdat hij klaaglijk huilde. Het jongetje kreeg de naam Otto van Meppelen omdat hij gevonden werd door mevrouw Otterspoor op de Meppelweg. De moeder is nooit achterhaald en het kind is in een pleeggezin geplaatst. [...]