Vondeling leggen

home-vondeling

Babydoding

home-neonaticide

Zusmoederschap

home-zusmoederschap

Illegale opneming

home-opneming

Straffen vondeling leggen

Een baby te vondeling leggen is strafbaar. Dat is geregeld in het Wetboek van Strafrecht onder titel XIII Misdrijven tegen de burgerlijke staat (art. 236) en titel XV Verlating van hulpbehoevenden (art. 255 t/m 260). Er is geen minimumstraf bepaald, dus de rechter kan beslissen om geen straf op te leggen.


Discussie

Er is discussie over de vraag wanneer een kind in juridische zin te vondeling is gelegd. Zeer gesimplificeerd zijn er twee hoofdafwegingen.

1. Is het kind in hulpeloze toestand gebracht (zie onder meer artikel 255 hieronder)?
2. Zijn de afstammingsgegevens onbekend (zie onder meer artikel 236 hieronder)

Ad 1. Bij 'warme overdracht' waarbij het kind niet onbewaakt is gebleven, lijkt geen sprake van een hulpeloze toestand. Verschillende studies beargumenteren dat er in juridische zin geen sprake is van te vondeling leggen, en dus niet van een strafbaar feit. Als daar wél sprake van is, dan neemt het Openbaar Ministerie hierbij de beslissing om wel of niet te vervolgen.
Ad 2. Wanneer de relevante gegevens worden achtergelaten, is de afstamming niet onbekend. Verschillende studies beargumenteren dat er in juridische zin geen sprake is van te vondeling leggen, en dus niet van een strafbaar feit. Als daar wél sprake van is, dan kan alleen de direct betrokkene, de vondeling zelf, persoonlijk aangifte hiertegen doen; dit is in praktijk gezien de jonge leeftijd niet mogelijk.


Relevante wetsartikelen

Wetboek van Strafrecht, artikel 236 lid 1
Hij die door enige handeling opzettelijk eens anders afstamming onzeker maakt, wordt, als schuldig aan verduistering van staat, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.

Wetboek van Strafrecht, artikel 255
Hij die opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Wetboek van Strafrecht, artikel 256
Hij die een kind beneden de leeftijd van zeven jaren te vondeling legt of, met het oogmerk om er zich van te ontdoen, verlaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.

Wetboek van Strafrecht, artikel 257 lid 1
Indien een der in de artikelen 255 en 256 omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie.

Wetboek van Strafrecht, artikel 257 lid 2
Indien een van deze feiten de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Wetboek van Strafrecht, artikel 258 lid 1
Indien de schuldige aan het in artikel 256 omschreven misdrijf de vader of de moeder is, kunnen te zijnen aanzien de in de artikelen 256 en 257 bepaalde gevangenisstraffen met een derde worden verhoogd.

Wetboek van Strafrecht, artikel 259
Indien de moeder onder de werking van vrees voor de ontdekking van haar bevalling haar kind kort na de geboorte te vondeling legt of, met het oogmerk om er zich van te ontdoen, verlaat, wordt het maximum der in de artikelen 256 en 257 vermelde gevangenisstraffen tot de helft verminderd en wordt de in artikel 257 vermelde geldboete tot de vierde categorie teruggebracht.

Wetboek van Strafrecht, artikel 260
Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 255-259 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 4°, vermelde rechten worden uitgesproken.

Wetboek van Strafrecht, artikel 28 eerste lid, onder 4°
De rechten waarvan de schuldige, in de bij de wet bepaalde gevallen, bij rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn (...) het zijn van raadsman of gerechtelijk bewindvoerder;

 

Strafcategorieëen

De Nederlandse wet heeft alle misdrijven verdeeld in zes categorieën. Per categorie is in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht een maximale straf in geld en/of hechtenis vastgesteld. Deze maximale straffen worden regelmatig bijgesteld; bekijk hier de actuele maximale boetes per categorie.

 

Verjaring

De termijn van verjaring hangt af van in welke categorie het misdrijf valt.

Artikel 70 lid 2 Wetboek van Strafrecht
Het recht tot strafvordering vervalt door verjaring (...) in zes jaren voor de misdrijven waarop geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld;

Artikel 70 lid 3 Wetboek van Strafrecht
Het recht tot strafvordering vervalt door verjaring (...) in twaalf jaren voor de misdrijven waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld;

Artikel 70 lid 4 Wetboek van Strafrecht
Het recht tot strafvordering vervalt door verjaring (...) in twintig jaren voor de misdrijven waarop gevangenisstraf van meer dan tien jaren is gesteld.